Zomerslaap



binnen brandt alles nog even door
ook zonder ons
deze stilte is onnavolgbaar
en we kijken er naar

de planten op de vensterbank
leven meestal niet zo lang
en ergens vrees ik
voor een soortgelijke ondergang


als we dan duiken
sta je schaakmat
bewijzen we de wereld plat
en vallen er vanaf
nu
nooit meer bomen om in achtertuinen


kijk de deur staat al op een kier
niemand blijft voor altijd hier
maar het water kookt nog niet
al dit niemandsland is al ons stroomgebied

we bouwen er huizen
we leven er niet
de kleur van te groot gedroomde plannen
is een geuzenlied


als we dan zingen
is de maan stil
is grootspraak onze lofzang
en, ergens vrees ik,
een soortgelijke ondergang

hallo Adam
adem even
even Eva
even leven